“Steeds bereid!”
<< Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 Volgende >>
Survival, koken op houtvuur, oriëntatie, vlotten bouwen... De uitdagingen kennen geen grenzen bij de troep. Hiervoor is een goede technische bagage zeker vereist, want “je kan geen kaart lezen als je het noorden niet weet te zijn”. Je patrouilleleider leert jou alle kneepjes van het vak. Alle patrouilleleden gaan voor elkaar door het vuur, en geen enkele opdracht is hen te zwaar. Gaandeweg leer je leiding geven en beslissingen nemen, en wie weet, sta jij op een dag ook aan het hoofd van zo'n patrouille.
Een van de basisprincipes van scouting en een groot onderscheid met andere jeugdbewegingen is ongetwijfeld de patrouillewerking. Al van bij de Welpen worden de leden ingedeeld volgens de structuur van nesten, met nestleider en assistent-nestleider. De troep wordt ingedeeld in een gidsenpatrouille - de Haviken – en drie scoutspatrouilles - de Gieren, de Arenden en de Zwaluwen.
Elke patrouille heeft een patrouilleleider (PL) die wordt bijgestaan door een assistent-patrouilleleider (APL) en een 1ste scout of 1ste gids. Doel van de patrouillewerking is in een kleine groep van 6 à 8 personen te leren samenwerken, zelfstandigheid en verantwoordelijkheid te ontwikkelen, en vooral een "spirit" te kweken om voor elkaar door het vuur te gaan. De PL's leren op die manier leiding te nemen en taken te delegeren naar hun patrouilleleden.
| Gieren | Arenden | Zwaluwen | Haviken | Sperwers |
| PL Gnoe | PL | PL Wombat | PL | PL |
| APL Baribal | APL Saki | APL Giraf | APL Spreeuw | APL |
| 1ste | 1ste Kodiak | 1ste Yente | 1ste Ibis | 1ste |
Het hoogtepunt voor de troep is uiteraard het zomerkamp, waarbij elke patrouille zijn tent en shelter heeft om in te slapen en zijn eigen potje te koken. Ook tijdens de paasvakantie trekken de scouts en gidsen er graag een week op uit. Slapen gebeurt dan in een kamphuis midden in de bossen. Alle overige zaterdagen vind je hen rond het lokaal, in het Peerdsbos of op de heide. Echte scouts verkennen de wereld...